Elke Champagne is een bubbeltjes wijn, maar niet elke bubbeltjes wijn is een Champagne. Alleen de bubbels die echt uit het gebied Champagne komen mogen deze prestigieuze naam dragen. Het is denk ik een van de bekendste wijngebieden en dat komt doordat de wijnen erg herkenbaar zijn en een decadent imago hebben. Maar decadent m’n reet, ik vind dat we in Nederland veel te weinig van dit prachtige drankje drinken.
Hoofdzakelijk worden er drie druivenrassen verbouwd. Dat zijn de pinot noir, pinot meunier en de chardonnay druif. Hoewel er officieel ook andere druifjes mogen worden gebruikt. Champagnedruiven wordt altijd met de hand geoogst om zo de hele trossen zachtjes te persen, zo krijg je het witte sap uit de blauwe druiven zonder kleur te onttrekken. Hoe je de wijn mousserend maakt is eigenlijk heel simpel. Eerst maak je een normale wijn en die laat je voor een tweede maal vergisten in een gesloten fles. Het koolzuur blijft zo in de wijn en vormt de prik. De flessen liggen minimaal 12 maanden met het overgebleven gist in de fles in de kelders te rusten. In deze periode ontwikkelen de aroma's van brood en brioche wat een typerende complexiteit aan de wijn geeft. Ik krijg spontaan dorst van dit verhaal. Mijns inziens heeft het ontkurken van een champagnefles helemaal geen redevoering nodig behalve misschien dat we meer Champagne moeten drinken.